home > thema's > werken > dienstbodes > schriftelijke bronnen terug
<h1>De Nederlandse dienstbode</h1>
help toelichting hulpvragen trefwoorden
Dienstbode en de wet De wettelijke positie van de dienstbode was tot 1909 geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Daarin werd de dienstbode omschreven als 'huisgenote, met gansch haar persoon verbonden aan haar meester'. Verder wordt 'de meester op het woord geloofd bij geschillen; alle plichten zijn voor de dienstbode.'
Het gevolg van deze positie als ‘huisgenote’ was, dat elke overheidsmaatregel als een ingrijpen in het privéleven van de werkgeefster of werkgever werd beschouwd.
Omdat onder een arbeider werd verstaan ‘iemand in dienst van een onderneming’ vielen dienstboden buiten alle wetten en wetsontwerpen die probeerden iets te veranderen aan de werk- en woonomstandigheden voor dienstboden, terwijl er juist veel ongevallen in huis voorkwamen. Dikwijls gebeurde het dat een dienstbode uit het raam viel bij het ramenlappen, of brandwonden opliep bij het koken.
Verschillende ontwerpen van ziekteverzekeringen waren niet van toepassing op de dienstboden. De woon- en werkruimten van dienstboden vielen niet onder de woning-inspektie. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat onder de dienstboden het hoogst aantal tbc- en bloedarmoede-patienten voorkwam. De regeling met betrekking tot de zondagsrust gold niet voor dienstboden. Toen in 1912 de liberaal Patijn voorstelde, om de arbeiders te definiëren als iedereen die in loondienst werkte, met de bedoeling, dienstboden ook op te nemen in de ziektewet, werd dit voorstel verworpen. Eveneens werd duidelijk, dat de werkdag van dienstboden niet aan banden gelegd kon worden. ‘Voor de inwonenden is geen regeling mogelijk’, stelt de SDAP in haar memorie van toelichting op het wetsontwerp van de 10-uren dag. ’omdat de verhoudingen te patriarchaal zijn, en omdat het een ingrijpen in de rechten van het gezin betekent, het privé-huishouden.’

In 1909 kwam er een verbetering tot stand voor dienstboden: de wet tot regeling van het Arbeidscontract. Deze wet gold ook voor dienstboden, al had Jhr. de Savorin Lohman (CHU) in de Kamer geprobeerd hen erbuiten te houden omdat hij het een te zware verplichting voor de werkgeefsters vond en bovendien ‘bescherming van dienstboden is niet nodig, want als er iemand almachtig is, dan is het de dienstbode’.

Titel:De Nederlandse dienstbode rond 1900
Auteur:L. Hagoort en M. Spijkerman
Herkomst:in: Een tipje van de sluier, p. 100-102
Inventarisnummer:Stadsarchief Amsterdam - U 259
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

trefwoorden verbergen

dienstbode
wetten
arbeidsvoorwaarden
Van Houten
vakbond
arbeidsomstandigheden
werkomstandigheden
woonomstandigheden

hulpvragen verbergen

  • Wat zegt de wet voor 1909 over de positie van dienstbodes?

  • Wat had dat voor consequenties als er eens een verschil van mening was tussen de dienstbode en haar werkgever; wie had altijd het laatste woord?

  • Waarom was het zo moeilijk om wetten voor deze beroepsgroep te maken?

toelichting verbergen

Aan het begin van de 20ste eeuw kwamen er allerlei initiatieven om de arbeidsvoorwaarden voor werknemers in loondienst te regelen. De dienstboden vielen hier buiten.
Uiteindelijk kwam er de wet op het Arbeidscontract (1909), die allerlei zaken regelde zoals hoe het loon werd uitbetaald, doorbetalen bij ziekte, vrije tijd, ontslag en opzegtermijn. Maar kwesties als slaapplaats (woonomstandigheden) en arbeidstijden waren nog niet wettelijk geregeld. Er was veel weerstand, ook van politieke partijen, dat deze wet nu ook voor dienstboden gold. Dat de wet er kwam, is te danken aan de inspanningen van de Algemene Nederlandsche Dienstboden Bond.