home > thema's > hygiŽne > stadsreiniging & riolering > schriftelijke bronnen terug
<h1>Praten met mensen van de stadsreiniging</h1>
help toelichting hulpvragen trefwoorden
Reinier Johannes Schonenberg, gepensioneerd 'Ik ben met mijn zestiende aan de reiniging gekomen. Nu ben ik zevenentachtig....

....Nou, ik dus naar de reiniging. Je werd eerst geplaatst als bij-jongen bij een vuilniswagen. Kreeg je vijf gulden in de week. Moest je ratelen en helpen ingooien en zo hè. Toen ik achttien was werd ik los werkman. Dat wou zeggen, als er werk was, kon je blijven werken. Was er geen werk, dan had je niks. Dat heb ik een jaartje of tweeëneenhalf gedaan. Toen werd ik reservekoetsier. Bij dat paard hè, dat was mijn lust.'

Toen had u dus echt promotie gemaakt?
'Nou, wacht effe, ik was geen vaste koetsier. Als je vaste koetsier wou worden, dan moest je eerst een poosje wachten en dan moest je een tijd op de poepkar. Ik sta in het boekje van Meijer Sluijser dat ik net die emmer leeggooi. Karreman heette dat. Nou, dat deed je zo lang tot er een gepensioneerd werd of ziek werd en niet meer terugkwam en dan kreeg je een vaste vuilniswagen. Maar ja, toen kwam die oorlog ertussen. In '16 moest ik opkomen voor landstormer. Toen ik uit dienst kwam, in '18 dus, moest ik weer op die poepkar.'

Vond u dat vervelend? 'Ach, welnee. Eerst wel, maar zodra d'r vijf centen aan zitten dan wil je wel. We mochten niks afhalen, de mensen moesten zelf de emmers naar de kar brengen. Maar we deden het natuurlijk toch: voor vijf centen effe een emmer van boven halen. U weet hoe dat gaat. Je liep wel hard want je moest om half elf binnen zijn. Dan kreeg je veertig tuigen schoon te maken van die paarden. We waren met z'n zessen. Ik had de warme buurt, samen met een maat. Je reed altijd met z'n tweeën op een wagen. Als je om de beurt reed kon je evengoed ondertussen nog wel emmers afhalen.'

Hoe ging dat, stiekem emmers afhalen?
'D'r waren veel mensen vies van, om die emmer zelf aan te pakken. Dan riepen ze: karreman, kan u even komen? Dan schaamden ze zich voor de buren, om dat emmertje buiten te zetten. Nou, effe die emmer laten zakken in de Recht Boomssloot als je hem leeggegooid had, stoffer erdoorheen en ze kregen hem schoongemaakt terug voor vijf centen. Je kon wel lachen in die buurt. Je kende de mensen allemaal zo'n beetje.'



Titel:Praten met mensen van de stadsreiniging
Auteur:Ineke Jungschleger
Herkomst:Uit: Ons Amsterdam, jaargang 29, nummer 9, p. 281
Datering:1977
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

trefwoorden verbergen

hygiŽne
tonnenstelsel
afvalstoffen
vuilnisophaaldienst
ratel

hulpvragen verbergen

  • In welk jaar begon mijnheer Schonenberg bij de stadsreiniging?

  • Wat was 'ratelen'?

  • Wat was volgens Schonenberg het grootste voordeel van het werken op de 'poepkar'?

  • Hield Schonenberg zich aan de regels?

  • Zoek de bron 'Op weg naar het begin'. In het begin van dit fragment gaat het over verschillende stelsels. Met welk stelsel had Schonenberg te maken?

  • Bekijk ook de foto van de 'poepkar'. Hoe zag de vuilniswagen van de heer Schonenberg eruit?

  • Schonenberg zegt dat de oorlog ertussen kwam. Welke oorlog was dat?

toelichting verbergen

In 1977 verschijnt een themanummer van het maandblad 'Ons Amsterdam'over de stadsreiniging, naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van deze gemeentelijke dienst. Hierin worden onder andere interviews gepubliceerd met mensen van de stadsreiniging. De oudste hiervan is de heer Schonenberg.