home > thema's > hygine > waterleiding > schriftelijke bronnen terug
<h1>De grote stad, Amsterdam</h1>
help toelichting hulpvragen trefwoorden
Een eeuwenoud probleem: drinkbaar water De Amsterdamse grachtengordel is wereldberoemd en jaarlijks maken duizenden toeristen een tocht met een rondvaartboot om het 'Venetië van het noorden' op zijn best te zien. Het is moeilijk voor te stellen dat er met al dat water tegelijkertijd een enorm watertekort is: het water uit die mooie Amsterdamse grachten kun je namelijk niet drinken, tenminste, niet als je gezond wilt blijven.
Vroeger werd er heel veel bier gedronken en voor goed bier hadden de brouwers schoon en zoet water nodig. Dat werd in de middeleeuwen al een probleem. Door de voortdurende vervuiling en verzilting van het grachtwater werden de brouwers gedwongen het water van buiten Amsterdam te gaan halen. Aanvankelijk voeren ze met speciale waterschuiten naar het Haarlemmermeer. In de loop van de zeventiende eeuw haalden ze het meeste water uit het Gein bij Abcoude en uit de Vecht bij Nigtevecht. (...)
Wie zelf een huis had, kon regenwater uit de dakgoten opvangen en bewaren in waterkelders. Andere Amsterdammers waren afhankelijk van de bierbrouwers en de overige waterhalers. In de achttiende eeuw sloten deze zich aaneen in de Versch-Water Sociëteit. Verspreid over de stad zorgden ze voor waterleggers, een soort drijvende waterbakken, waar iedereen, tegen betaling natuurlijk, drinkwater kon krijgen. De prijs ging omhoog als het water tijdens strenge winters schaars werd. Dat leidde wel eens tot oproer. Het is bekend dat de armen in sommige winters het schuitwater niet meer konden betalen en noodgedwongen gesmolten ijs uit de grachten dronken. Natuurlijk werden velen van hen ziek; een aantal vond zelfs de dood.
Het stadsbestuur probeerde de watervoorziening beter te regelen. Zo werden er omstreeks 1800 verspreid over de stad onder de grond 33 grote waterbakken gebouwd, als reserve voor barre tijden. Maar het was niet voldoende.

Water uit de duinen Het roer werd omgegooid door ingenieur en gepensioneerd majoor Christiaan Vaillant. Hij bedacht in 1845 een plan om per pijpleiding grondwater uit de duinen aan te voeren. Veel mensen vonden dat een belachelijk idee, en de eigenaren van de Versch-Water Sociëteit waren natuurlijk bang voor concurrentie. De gemeente en het Rijk voelden er echter wel voor en gaven de nodige vergunningen. Nederlandse geldschieters waren voor het plan niet te vinden, zodat uiteindelijk met Engels geld én met Engelse techniek en werkkrachten het plan werd uitgevoerd. Na anderhalf jaar werken spoot in juni 1853 het heldere duinwater omhoog uit een voor die gelegenheid gebouwde fontein aan de Haarlemmerdijk. Bij het voorlopige eindpunt van de leiding was het water ook te koop: één cent per emmer. Spoedig daarna werd begonnen met de aanleg van een waterleidingstelsel door heel Amsterdam. Op verschillende plaatsen kwamen tappunten. Pachters hiervan verkochten het drinkwater ver onder de prijs van de Versch-Water Sociëteit. Deze hield de strijd niet lang vol en werd in 1860 opgeheven.

Schoon water blijft een probleem De bevolking nam toe en er kwam meer industrie. Een nieuwe leiding, nu vanaf de Vecht, kwam in 1888 gereed. De twee waterstelsels bleven gescheiden: het Vechtwater was minder schoon en alleen bruikbaar voor bluswerk, straatreiniging en voor industrieën. Met putdekseltjes werd bij de afsluiters aangegeven welke leiding duinwater bevatte en welke Vechtwater. De inlaat van de Vecht-waterleiding werd een aantal malen verplaatst, maar ondanks alles bleef er een tekort aan goed drinkwater. Sinds 1957 voert men water aan uit het Amsterdam-Rijnkanaal. Bij Jutphaas-Nieuwegein wordt het water eerst voorgefilterd en dan naar de Waterleidingduinen gepompt. De duinen vormen een natuurlijk filter, maar dat is lang niet voldoende: er is nog een uitgebreide bewerking nodig om het Rijnwater tot veilig en smakelijk drinkwater te maken.


Titel:De grote stad, Amsterdam, p.40 en 41
Auteur:Eindred. R. van Gelder; het betreffende hoofdstuk is van Lodewijk Wagenaar
Herkomst:uitgeverij Meulenhoff
Datering:1984
Inventarisnummer:Amsterdam Museum/Stadsarchief Amsterdam - AA 5063
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

trefwoorden verbergen

watervoorziening
waterleiding
rivierwater
duinwater
Vaillant

hulpvragen verbergen

  • Op welke verschillende manieren probeerden Amsterdammers aan water te komen voordat er waterleiding bestond?

  • Wat was de eerste reactie op het idee van Vaillant?

  • Nog niet zo lang geleden kon je op Amsterdamse stoepen putdekseltjes tegenkomen met de opschriften 'duin rechts' en 'vecht links', of andersom. Verklaar waarom Amsterdam deze verschillende putdeksels nodig had.

  • Welke oplossing wordt er in 1957 gezocht voor het tekort aan drinkwater in Amsterdam?

toelichting verbergen

Deze tekst komt uit een boek voor jongeren over Amsterdam en wel uit het hoofdstuk 'De huishouding van de stad'. Daarin komen allerlei (gemeentelijke) diensten aan de orde die het leven van alledag in Amsterdam mogelijk maken, zonder dat je daar nu zo vaak bij stil staat. Zo schrijft Lodewijk Wagenaar over de brandweer, de stadsreiniging, dienst ruimtelijke ordening, het gemeentebestuur en het openbaar vervoer. Het tekstfragment gaat over de watervoorziening.