home > thema's > onderwijs > lespraktijk > schriftelijke bronnen terug
<h1>Gouvernante</h1>
help toelichting hulpvragen trefwoorden
In de leerkamer (p. 127)
We moesten ons al vroeg aan stipte orde gewennen. Om half acht of vroeger beneden; lessen leeren voor het ontbijt; precies om acht uur ontbijten, hetgeen wij zoo snel mogelijk deden om nog tot bij negenen in de tuin te kunnen gaan. Vóór negen uur in de leerkamer en gereed om onzen dagelijkschen opgegeven tekst op te zeggen.
Twee aan twee meestal hadden wij van haar les.
Wie geen les had moest lessen van buiten leeren zooals de 'Bout de prose', werkwoorden vervoegen, natuurlijk Fransche, kleine taaloefeningen maken, opstellen, vertalingen, maar nooit thema's. Ook aardrijkskunde leerden wij, en later literatuur, zover het Duits en Fransch betrof in de taal van het land. Juff. Huber gaf alleen in die talen les; zij was een Duits-Zwitserse uit Zurich, maar zij had voortrekkelijk Hoogduits geleerd en zij had Fransch opgedaan op kostschool te Yverdon, Kanton Neuchâtel. Zij was zelve heel belezen en bezat een groote gave om de lessen voor ons aantrekkelijk te maken. Een byzonder genot waren die van de geschiedenis. Op de leerkamer begon het altijd met bijbellezen en het opzeggen van een Fransche tekst. Twee maal in de week hadden wij bijbelles.

blz. 128
Hollandsch hadden wij van den Heer Van Beek; 's zomers maakten wij eenig schriftelijk werk voor hem, en dit werd hem eenige keeren in den zomer opgestuurd; Mama liet ons dan bij haar komen om Hollandsch te lezen uit de Vaderlandsche Geschiedenis van Van Lennep.
Mijn heer Van Beek, onze Hollandsche meester, kwam 's winters zelf weer met zijn grappen. Dat waren meestal vroolijke lessen. Ik was een matig leerling, vooral wat schrijven betrof, rekenen was zoo-zoo, maar juist in die twee vakken spande tante Joh. de kroon. Als ik 'vrij wel' onder mijn schrift kreeg, was ik al heel tevreden, maar tante Joh. had steeds 'uitmuntend', en soms was het hele schrift met krullen vervuld, zoodat men niets lezen kon.


Titel:Tussen salon en souterrain. Gouvernantes in Nederland, p. 127 en 128
Auteur:Greddy Huisman
Herkomst:Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam
Datering:2000
Inventarisnummer:Stadsarchief Amsterdam - 34C71
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

trefwoorden verbergen

gouvernante
privé onderwijs

hulpvragen verbergen

  • Welke informatie geeft de bron over de vakken waarin onderwijs werd gegeven?

  • Waar werd les gegeven?

  • Wordt ook duidelijk om hoeveel leerlingen het ging?

toelichting verbergen

De bron citeert twee fragmenten uit het boek van Greddy Huisman over gouvernantes in Nederland.
In de negentiende eeuw waren er aanzienlijke families die hun kinderen thuis les lieten geven. Er kwam een leraar aan huis of er werd een (inwonende) gouvernante aangesteld.

Dat was ook het geval bij de familie Huidekoper die rond 1850 aan de Keizersgracht woonde. Het gezin Huidekoper had 6 dochters: Johanna, Jacoba, Cornelia, Anna, Truitje en Letje. In 1851 stelden zij de Zwitserse Suzanna Huber aan als gouvernante voor hun zes dochters. Zomers trok het gezin stad uit, naar de buitenplaats Vrede en Rust in Breukelen. De lessen gingen daar gewoon door.
Eén van de dochters, Anna Huidekoper (later Anna Steenbergen-Huidekoper, 1848-1927) heeft haar herinneringen aan de gouvernante opgeschreven in lange brieven aan haar kinderen. Als ze het over tante Johanna heeft, bedoelt ze dus haar zuster Johanna. Deze brieven vormden een belangrijke bron voor het onderzoek van Greddy Huisman over gouvernantes in Nederland.