home > thema's > onderwijs > vorming > schriftelijke bronnen terug
<h1>Prijs</h1>
help toelichting hulpvragen trefwoorden
XII  -  p. 128
In de achtste klas, dan was je zes jaar op school, dan kreeg je meestal je derde prijs, je laatste.
Kees wist nog precies hoe het de vorige keer gegaan was. Toen zat hij pas in de zevende,  maar dat was toch in ’t zelfde lokaal, en je kon alles horen, wat ze in de achtste klas behandelden. De jongens van de Achtste beraadslaagden dan dagen lang, wàt ze kiezen zouden; en Kees, al had-ie er niets mee te maken eigenlijk, was al die dagen zenuwachtig van het raadgeven.
Dan hield op een morgen de meester van de hoogste klas een soort van toespraak, en hij noemde de namen van de kinderen die een prijs zouden krijgen. En hij begon smakelijk uit te leggen, dat zo’n laatste prijs geen prul was; je kon verscheiden mooie dingen kiezen, want d’r werd aardig wat geld aan besteed. Maar vorige jaren was het altijd zo’n eeuwige last geweest met kiezen en toch telkens weer veranderen, en dat verkoos-ie dit jaar nou és niet. Wat je opgaf, kreeg je; tenminste als je geen koets met twee paarden of zo vroeg. Je moest natuurlijk je verstand gebruiken. En dan bepaalde de meester, wanneer je ’t opgeven moest.


p. 134
De meester zat aan het tafeltje, en rookte z’n sigaar. Je kon aan ‘m zien, dat hij ’t fijn vond zoveel prijzen weg te geven… En daar begon het. ‘Eerst de dames,’ zei de meester. En ja hoor, naaidoos, naaidoos, naaidoos. Ze leken wel stapelgek met d’r lui naaidoos… Moesten ze zeker allemaal van d’r moeder? Weer naaidoos. ‘Wacht ‘es even’, zei de meester lachend. ‘Is er nog één van de dames die geen naaidoos kiest?’ Geen één vinger. Alle jongens lachten.
‘Gelijk hebben jullie’, zei de meester; en hij zette aanhalingstekentjes op de lijst, achter al de namen van de meisjes.
Maar toen kwamen de jongens. Die waren verstandiger. Asjeblieft. De fijnste dingen noemden ze op. Geen een was er stom. Inktstel. Figuurzaag. Postzegelalbum. Wereldatlas met platen. Schrijflessenaar. Passerdoos.
De jongens zeiden ’t alemaal met stemmen als herauten, en keken dan om zich heen.
O zo, dat was wat anders dan de meiden, dacht Kees. Maar nu kwam hij gauw.
‘Bakels, wat jij.’
Kees ging rechtop zitten. Hij slikte even. Toen liet-ie z’n stem los: Schaakspel!’

Titel:Kees de Jongen, hoofdstuk XII, p. 128 en 134
Auteur:Theo Thijssen
Herkomst:Uitgevers Mij. C.A.J. van Dishoeck, Bussum
Inventarisnummer:Stadsarchief Amsterdam - V 758
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

trefwoorden verbergen

prijs
Kees de Jongen
Theo Thijssen

hulpvragen verbergen

  • Wat voor informatie geeft de bron over het uitreiken van prijzen. Kregen alle leerlingen een prijs?

  • Wat waren de prijzen die gekozen werden?

  • Wat viel op aan de keuze van de meisjes?

toelichting verbergen

‘Kees de Jongen’ (1923) is het bekendste boek van Theo Thijssen (16 juni 1879-23 december 1943). Het boek gaat over de fantasiewereld van Kees Bakels, een Amsterdamse jongen. De eerste druk werd gepubliceerd in 1923. De bron is overgenomen uit de 8e druk.
Theo Thijssen groeide op in de Amsterdamse Jordaan. Hij ging er naar school en gaf er later les. Voor de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP) zat hij in de Tweede Kamer en in de Amsterdamse Gemeenteraad.
Naast z’n werk schreef hij. Z’n literaire werk gaat het vaak over opgroeiende jeugd en onderwijs. Zoals ‘In de ochtend van het leven’, waarin Thijssen z’n jeugdherinneringen beschrijft.