home > thema's > onderwijs > wetgeving > schriftelijke bronnen terug
<h1>De schoolwet van 1857</h1>
help toelichting hulpvragen trefwoorden
Art. 18
Wanneer het getal der leerlingen op eene school meer dan zeventig bedraagt, wordt de hoofd-onderwijzer bijgestaan door een kweekeling, meer dan honderd door een hulponderwijzer, meer dan honderd vijftig door een hulponderwijzer en een kweekeling.
Boven dit getal wordt hij telkens voor vijftig leerlingen door een kweekeling en voor honderd leerlingen door een hulponderwijzer bijgestaan.

Art. 33
Het schoolonderwijs wordt onder het aanleeren van gepaste en nuttige kundigheden dienstbaar gemaakt aan de ontwikkeling van de verstandelijke vermogens der kinderen en aan hunne opleiding tot alle Christelijke en maatschappelijke deugden.
De onderwijzer onthoudt zich van iets te leeren, te doen of toe te laten wat strijdig is met den eerbied verschuldigd aan de godsdienstige begrippen van andersdenkenden.
Het geven van onderwijs in de godsdienst wordt overgelaten aan de kerkgenootschappen.

Titel:Schoolstrijd en partijvorming in Nederland, Artikelen uit de (school) wet van 1857, p. 16
Auteur:Th. van Tijn
Herkomst:In: Cahiers voor geschiedenis, uitg. Meulenhoff Educatief, Amsterdam
Datering:1967
Inventarisnummer:Stadsarchief Amsterdam - 35E50
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

trefwoorden verbergen

godsdienstonderwijs
wetten
schoolstrijd

hulpvragen verbergen

  • Welke informatie geeft de bron over de verhouding leerling : onderwijzer?

  • Wat was het uitgangspunt van het onderwijs?

  • Welke houding werd van de onderwijzer gevraagd ten aanzien van godsdienst(en)?

toelichting verbergen

De schoolwet van 1857 regelde zaken zoals de opleiding tot onderwijzer en de bevoegdheden van de onderwijzer. De wet stelde de gemeente verantwoordelijk voor de bouw van voldoende scholen voor lager onderwijs.
Ook stond in de wet dat de onderwijzers van openbare scholen de gevoelens van de niet-christelijke leerlingen moesten respecteren. Godsdienstonderwijs werd voortaan gegeven door de kerkgenootschappen en niet meer door de onderwijzer.
Wetten worden na ondertekening door het Staatshoofd, gepubliceerd in de Staatscourant. Th. van Tijn heeft in zijn boekje 'Schoolstrijd en partijvorming in Nederland' een aantal artikelen uit de schoolwet van 1857 (ongewijzigd) overgenomen.