home > thema's > onderwijs > wetgeving > schriftelijke bronnen terug
<h1>Hoe durfden ze!</h1>
help toelichting hulpvragen trefwoorden
Het armenonderwijs was altijd in handen geweest van het gemeentebestuur. De toestand op die scholen was vaak erbarmelijk en groeide het gemeentebestuur totaal boven het hoofd. Te weinig onderwijzers, teveel ongeschoolde onderwijzers, kleine ruimtes barstens vol met kinderen, dat waren enkele van de problemen.
De katholieken toonden zich bereid om het gemeentebestuur voor een deel van deze zorgen te verlossen. Een aanbod dat de gemeente aannam. Zij gaven (in 1838) het inmiddels opgerichte Bestuur der R.K. Armenscholen toestemming ‘om bijzondere scholen voor kinderen van behoeftige of arme ouders, den Roomsch Catholijken Godsdienst belijdende, ten hunne kosten op te rigten en te onderhouden’.
Voor de katholieken betekende dit een enorme overwinning. Zij, maar ook de protestanten, hadden slapeloze nachten van het neutrale onderwijs dat op de openbare scholen werd gegeven. Zij wilden eigenlijk onderwijsinstellingen, waar les gegeven kon worden vanuit de eigen geloofsopvatting.
Het besluit van 1838 betekende dus een eerste stap op weg naar algehele onderwijsvrijheid. In 1848 kon de eindoverwinning worden gevierd, toen in dat jaar de nieuwe grondwet de vrijheid van onderwijs garandeerde. De eerste schoolstrijd was hiermee ten einde. Hoe de katholieken en protestanten hun scholen wilden bekostigen, daar bemoeide de overheid zich niet mee. Dat moesten ze zelf maar uitzoeken. In ieder geval kregen ze van de overheid geen cent. Tot 1917 zou dit zo blijven, want eerst toen werd bij wet geregeld dat ook het bijzonder algemeen vormend onderwijs zou worden gesubsidieerd.

bewerking van de paragraaf in Ach Lieve Tijd, Zeven eeuwen Amsterdam, de Amsterdammers en hun onderwijs, nr 17, p. 404

Titel:Hoe durfden ze! Vrijheid van onderwijs en de bekostiging
Herkomst:In: Ach Lieve Tijd, Zeven eeuwen Amsterdam, de Amsterdammers en hun onderwijs, nr 17, p. 404
Inventarisnummer:Amsterdam Museum / Stadsarchief Amsterdam - SZ
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

trefwoorden verbergen

Schoolstrijd
Armenschool
Financiering

hulpvragen verbergen

  • Welk voordeel haalde de gemeente uit het besluit om katholieken en protestanten toe te staan eigen scholen te stichten?

  • Welk belang hadden katholieken en protestanten er bij?

  • Geeft de bron informatie hoe lang de strijd om vrijheid van onderwijs (de schoolstrijd) heeft geduurd?

toelichting verbergen

In de eerste helft van de negentiende eeuw was het onderwijs vooral naar stand georganiseerd. Mensen die geld hadden, betaalden voor het onderwijs van hun kinderen. Rijke kinderen kregen vaak privé onderwijs aan huis.
Arme kinderen gingen naar de armenscholen voor kosteloos onderwijs. Die waren gesticht door de gemeente of door een liefdadige instelling (joods, katholiek of protestant). In Amsterdam waren in de eerste helft van de negentiende eeuw 12 stadsarmenscholen (met in totaal 5.000 leerlingen) en 16 armenscholen van liefdadige instellingen (met in totaal 10.800 kinderen).