home > thema's > onderwijs > wetgeving > schriftelijke bronnen terug
<h1>Verscherping schoolstrijd</h1>
help toelichting hulpvragen trefwoorden
Op sociaal-cultureel vlak zien we een verscherping van de schoolstrijd, vooral toegespitst rond de wet tot regeling van het lager onderwijs van J.J.L. van der Brugghen, van 1857.
Voordat deze wet er was, ging de schoolstrijd nog om het godsdienstig karakter van de openbare school. Groen van Prinsterer, die oorspronkelijk pleitte voor facultatieve splitsing van de staatsschool, stelde zich na 1857 op tégen de openbare staatsschool en vóór de bijzondere lagere school. Ons mensen uit de tweede helft van de 20ste eeuw komt, uit de bronnen, de openbare school uit die dagen buitengewoon christelijk voor, véél christelijker dan menige uitgesproken bijzondere school nu. In die tijd echter waren er tal van groeperingen die het algemeen christelijk karakter van het openbaar onderwijs onvoldoende achtten en uitgesproken leerstellig christelijk onderwijs wensten. Een enkele kleine groep, als bij voorbeeld de joodse bevolkingsgroep, vond de openbare school juist niet openbaar genoeg, maar daarentegen veel te christelijk voor haar kinderen. Dat zij niet alleen zich zelf als duidelijke culturele variant zag, maar ook door anderen zo werd gezien, zou kunnen blijken uit het feit dat het Nut, bolwerk van de Verlichtingsgeest, geen joden als leden meende te kunnen toelaten. Naast en ten dele als onderdeel van de schoolstrijd verscherpte zich de strijd tussen mensen die vóór of tégen het onderwijs als middel tot maatschappelijke stijging waren. Het waren vooral liberale groeperingen die het onderwijs wilden laten functioneren ten dienste van de sociale mobiliteit. Een toenemende economische groei vormde hiervoor de basis. Hoewel, ondanks een toenemende industrialisatie, in Nederland in deze periode beslist nog niet gesproken kon worden van een industriële revolutie, meenden steeds meer mensen door middel van goede opleiding in handel en nijverheid te kunnen opklimmen.

Titel:Het socioculturele leven in Nederland 1844-1875 – Onderwijs, p. 225
Auteur:Dr. Lea Dasberg en drs. J.W.G. Jansing
Maker:Fibula-Van Dishoeck, Haarlem
Herkomst:In: AGN, Nederland en België 1840-1914, eerste helft, deel 12 – Nieuwste tijd
Datering:1977
Inventarisnummer:Amsterdam Museum / Stadsarchief Amsterdam - SZ
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

trefwoorden verbergen

schoolstrijd
wetten
godsdienstonderwijs

hulpvragen verbergen

  • Wat was volgens de auteurs een belangrijk kwestie in de schoolstrijd?

  • Wat was het oordeel van verschillende partijen over het christelijk karakter van het onderwijs?

  • Welke kwestie begon later ook een rol te spelen?

  • Wie profileerden zich vooral in deze kwestie?

toelichting verbergen

Deze toelichting op de schoolstrijd is overgenomen uit het hoofdstuk over Onderwijs in de Algemene Geschiedenis van Nederland uit 1977. Deze AGN bestaat uit 15 delen en beschrijft de geschiedenis van Nederland en België.
De schoolstrijd ging om de inhoud en organisatie van het onderwijs, met name het lager (basis) onderwijs. De strijd om de inhoud betrof de vraag of de (openbare) school godsdienstonderwijs zou mogen of moeten geven. Of moest de openbare school neutraal blijven en het godsdienstonderwijs aan anderen overlaten? Dat zou betekenen dat er allerlei bijzondere scholen zouden komen, bijvoorbeeld volgens ieders geloofsovertuiging. Tenslotte speelde nog de vraag, wie al het onderwijs zou moeten bekostigen.
Van der Brugghen was minister van Onderwijs in de periode dat de onderwijswet van 1857 werd aangenomen. Groen van Prinsterer wat een belangrijk staatsman in die periode.