home > thema's > onderwijs > schoolverzuim > schriftelijke bronnen terug
<h1>Leerplichtige kinderen</h1>
help transcriptie toelichting hulpvragen trefwoorden
Vergroot Volgende afbeelding Volgende afbeelding Volgende afbeelding Volgende afbeelding


Titel:Rapport omtrent den arbeid door leerplichtige kinderen uitgebracht door de gemengde commissie voor onderwijsbelangen
Herkomst:Archief van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen
Datering:1904
Inventarisnummer:Stadsarchief Amsterdam - 211/211
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de = om de transcriptie te lezen (getypte versie)

  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

Enkele citaten uit het rapport:

p. 9, Vraag I luidde: Door hoeveel leerlingen uwer school, vallende binnen de bepalingen der leerplichtwet, wordt ten tijde van het beantwoorden dezer vragen, arbeid verricht:
a. in fabrieken en werkplaatsen;
b. in bedrijven, niet vallende onder de vorige rubriek.
De 650 antwoorden op deze vraag wijzen aan, dat 448 leerplichtige kinderen arbeiden in fabrieken en werkplaatsen; 5349 in bedrijven, niet vallende onder de vorige rubriek.

“ ’t Is mij niet mogelijk”, schrijft een onderwijzer, die in eene onzer oostelijke provinciën, in eene landbouwstreek, werkzaam is, “den toestand alhier in cijfers of percenten uit te drukken. Wel kan ik u meedeelen, dat, behoudens de kinderen van gegoede ingezetenen en notabelen, alle kinderen van plusminus 9 jaar en ouder geëxploiteerd worden.

p. 10 (midden): Dezer dagen (dat is in Nov.) kwamen ze weer ter school; hoe, is te begrijpen: moreel en intellectueel zijn ze er niet op vooruitgegaan.”

p. 11:  Voor zoover niet enkel vóór, tusschen en na de schooltijden wordt gearbeid, is schoolverzuim natuurlijk het gevolg. Hoe erg dat op sommige plaatsen is, moge één der ingekomen antwoorden bewijzen.
‘Een groot aantal kinderen wordt gedurende enkele maanden van het jaar gewoon thuis gehouden, om of huiselijken of veldarbeid te verrichten.
Zes lieten zich in ’t geheel niet zien’.
Bestaat in ons land niet eene leerplichtwet?

p. 12:
Vraag 4: Welke arbeid wordt verricht door bedoelde leerlingen?
In vele gevallen zijn huiselijke arbeid en 't verrichten van boodschappen voor de ouders zeker de minst schadelijke vormen, indien ze vóór en na de schooluren worden verricht, gedurende een minimum aantal uren; in tal van gevallen eischt echter ook deze vorm van arbeid te veel van de lichaams- en geestkracht van 't schoolkind, om nog met lust en opgewektheid aan 't onderwijs deel te nemen.
Erger wordt het, wanneer de boodschappen voor derden worden gedaan; daar zijn ze in menig geval oorzaak van groote vermoeidheid.
Nog meer nadeelig wordt voor 't kind de arbeid, als hij in of voor een industrieëel- of een handelsbedrijf wordt verricht; waar dat 't geval is, wordt veel schoolverzuim gevonden, met al de nadeelige gevolgen van dien; niet alleen intellectueele, maar ook moreele achteruitgang is dan niet zeldzaam, zooals nader zal blijken.


trefwoorden verbergen

kinderarbeid
schoolverzuim
leerplicht
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Nieuwenhuizen

hulpvragen verbergen

  • Wat voor soort werk wordt door kinderen gedaan?

  • Voor wie werken ze?

  • Wordt er informatie gegeven over de omvang van schoolverzuim?

  • Geeft de bron informatie over wat voor invloed werken buiten schooltijd op kinderen kan hebben?

toelichting verbergen

De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen gaf in 1903 opdracht voor een onderzoek naar de arbeid van leerplichtige kinderen. Werk dus door kinderen die eigenlijk op school zouden moeten zitten. Dat kon werk zijn voor hun ouders of in het bedrijf van iemand anders. De commissie stelde een vragenlijst op die door het hele land werd verspreid. Het hoofdbestuur van ’t Nut dacht dat er op die gebied nogal wat misstanden bestonden. Ze wilden de informatie gebruiken om die misstanden aan te kaarten.

De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen werd opgericht in 1784 door de doopsgezinde predikant Jan Nieuwenhuizen en zijn broer Martinus. De vereniging streefde naar opvoeding van de volwassen Nederlanders en naar voorkoming en bestrijding van armoede door middel van beter schoolonderwijs voor de jeugd. Op het gebiedf van gymnastiekonderwijs, zangonderwijs en (vrouwelijke/nuttige) handwerken heeft 't Nut belangrijk werk verricht.