home > thema's > onderwijs > schoolverzuim > schriftelijke bronnen terug
<h1>Verhoor schoolhoofd</h1>
help transcriptie toelichting hulpvragen trefwoorden
Vergroot Volgende afbeelding Volgende afbeelding Volgende afbeelding Volgende afbeelding Volgende afbeelding


Titel:Verhoor van A.H. Gerhard, hoofd openbare school
Auteur:Parlementaire Enquetecommissie
Maker:In: Jacques Giele, Een kwaad leven 1 (Amsterdam), p. 132 e.v..
Herkomst:Uitg. Sun te Nijmegen/Amsterdam
Datering:1981
Inventarisnummer:Stadsarchief Amsterdam - 47C48
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de = om de transcriptie te lezen (getypte versie)

  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

Verhoor van den heer A.A.H. Gerhard, hoofd eener openbare lagere school 1ste klasse te Amsterdam, wonende Marnixstraat 103.

p. 134
Eenige gevallen, die mij nogal opmerkelijk voorkwamen, heb ik verzameld. In het einde van 1883 was een jongen, in het begin van 1872 geboren, maanden achtereen weggebleven. Ik liet van tijd tot tijd bij zijne moeder, eene weduwe, naar hem vernemen. Men kwam met allerlei bezwaren: hij moest zijne moeder helpen, thuis werken, kortom de gewone oorzaken. Eindelijk ontving ik het officieus bericht, dat hij voor goed zou wegblijven. Toen werd het mij bekend, dat hij schoenmaker geworden was; maar uit de geruchten, die ik van tijd tot tijd vernam, bleek mij, dat die jongen stellig reeds van zijn tiende jaar af bij een schoenmaker was werkzaam geweest. Dergelijke gevallen zijn mij meermalen voorgekomen, dat de jongens reeds geruime tijd bij een baas waren geweest, maar dat ik eerst bij hun 12de jaar min of meer officieus het bericht ontvang, dat zij bij een baas geplaatst waren.

p. 135
Ik heb eene familie gekend, die achtereenvolgens drie jongens en één meisje op mijn school gebracht heeft. Dat huishouden heeft het tot eene belangrijke hoogte gebracht in de kunst van de kinderen te doen verzuimen. Die kinderen waren niet misdeeld met vermogens; zij waren ten minste geen idioten. De eerste jongen besteedde eerst zijn tijd tamelijk goed; maar na eenigen tijd zeide de onderwijzer van zijne klasse: ik kan met dien jongen niets beginnen; hij is lastig, vervelend en zit te slapen. Ik neem zelf den jongen onderhanden en ik bemerk ook dat hij werkelijk aan slaapzucht schijnt te lijden. Ik vorsch natuurlijk naar de oorzaak daarvan, en kom tot de ontdekking dat de jongen iederen morgen voor een even vriendelijken melkboer als de zooeven aangehaalde schoenmaker, van 5 tot half negen uur bezig is met melk rond te brengen.
Een gevolg daarvan is dat die jongen ’s morgens feitelijk veel te vroeg begint. Als hij om 8.5 op school komt, heeft hij al 3.5 uur geloopen; na twaalven is hij weder op de been tot de school begint en ook ’s avonds blijft hij dikwijls tot laat slenteren. Dat de kinderen op die wijze niet genoeg slapen is duidelijk, evenzoo dat de werkzaamheden buiten de school daaraan meer schuld hebben dan het schoolgaan zelf. Ten slotte kan men het zoo’n jongen niet al te kwalijk nemen dat hij zit te slapen.

p. 139
Ik wens nog even de aandacht er op te vestigen, dat het getal meisjes beneden de 12 jaar die de school hebben verlaten aanmerkelijk grooter is dan dat der jongens. 58 meisjes tegen 34 jongens. Ik schrijf dit daaraan  toe, dat de meeste meisjes thuis moeten blijven omdat de moeder buitenshuis werken moet. Ik ken verscheidene huishoudens waar de moeder soms zes dagen per week moet werken gaan, waar kleine kinderen zijn en waar geen oppassing bekostigd kan worden. Dan moet daarvoor het oudste meisje gebezigd worden.

trefwoorden verbergen

kinderarbeid
schoolverzuim
kinderwet
Houten, Van
Gerhard, A.H.
Arbeidsenquete
Parlementaire Enquetecommissie

hulpvragen verbergen

  • Waarover wordt de heer Gerhard ondervraagd?

  • Wat zijn z’n waarnemingen over de leeftijd van kinderen die aan het werk gaan?

  • Waarom blijven meer meisjes van school weg dan jongens?

toelichting verbergen

In 1887 werd er door een Parlementaire Enquetecommissie een enquête gehouden om de toestand in de fabrieken te beschrijven. Zowel arbeiders als fabrikanten kwamen aan het woord. Ook de heer A.H. Gerhard, directeur van een lagere (basis) school werd ondervraagd. De commissie vroeg hem o.a. naar zijn ervaringen met schoolverzuim in relatie tot kinderarbeid.
De oorspronkelijke tekst van de enquete is in 'Een kwaad leven' volledig gereproduceerd. Jacques Giele heeft er een toelichting bij geschreven