home > thema's > onderwijs > lespraktijk > schriftelijke bronnen terug
<h1>Allerlei scholen</h1>
help toelichting hulpvragen trefwoorden
In de de periode 1848-1920 kwamen diverse soorten scholen voor lager (basis) onderwijs voor:

-  Bewaarschool voor de kinderen van 3 tot 7 jaar. Het doel van deze scholen was om de kinderen overdag te “bewaren”, zodat de ouders van het kind rustig konden gaan werken. Veelal waren deze scholen erg rommelig en erg druk bezet.
-  Scholen voor het Lager Onderwijs: (voor kinderen van 6 tot 12 jaar; vaak bleven leerlingen tot hun 14e jaar op de basisschool).
-  Armenschool (eerste klasse): Deze school was zoals de naam al doet vermoeden voor de allerarmsten van de samenleving, er hoefde geen schoolgeld betaald te worden. Deze scholen kregen een nummer.
-  Tussenschool (tweede klasse): Deze school was er voor de mensen die “een weinig schoolgeld” konden betalen, maar die echter niet rijk genoeg waren om een echte burgerschool te kunnen bekostigen. Deze scholen kregen een letter.
-  Burgerschool der derde klasse: Deze scholen waren voor de (rijkere) middenklasse, de gebouwen waren groot en goed ingericht. Deze scholen kregen een naam, meestal werden de scholen vernoemd naar de straat waarin ze stonden (zoals de Marnixschool)
-  Burgerschool der vierde klasse: Deze scholen waren erop gericht de kinderen van de allerrijksten van de stad les te geven. Ook deze scholen kregen een naam.
-  De Gouvernante: De rijkere families van de stad lieten vaak de opvoeding van hun kinderen over aan een gouvernante. De gouvernante leerde de kinderen dezelfde vakken als die op een gewone school gegeven werden. Het Frans, in die tijd nog gesproken door de hogere standen, kreeg extra veel aandacht. Vakken die de meestal buitenlandse gouvernante niet kon geven, zoals lessen in de Nederlandse taal werden gegeven door een ingehuurd schoolhoofd. Ook danslessen en muzieklessen werden op hoog niveau door deze kinderen gevolgd.

Titel:Verschillende soorten scholen in Amsterdam in de periode 1848-1920
Auteur:Karsten Koopman
Datering:december 2004
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

trefwoorden verbergen

bewaarschool
lager onderwijs
armenschool
tussenschool
burgerschool
privé onderwijs

hulpvragen verbergen

  • Voor welke leeftijdscategorie waren de scholen bestemd?

  • Kun je aan het type school de rijkdom van leerlingen en/of hun ouders aflezen?

toelichting verbergen

Het basisonderwijs kende in de periode 1848-1920 allerlei soorten scholen. Het belangrijkste onderscheid was de welstand van de bevolkingsgroepen en ook de geloofsovertuiging. Er waren scholen voor armen en scholen voor mensen met geld. Diverse bevolkingsgroepen hadden hun eigen school. Zo hadden de katholieken hun eigen armenscholen en tussenscholen. Deze waren vaak slechter van kwaliteit dan de gewone openbare scholen, omdat er geen subsidie werd verstrekt. Door wetgeving probeerde de regering een eind aan deze ongelijkheid te maken.