home > thema's > wonen > stadsuitbreiding > schriftelijke bronnen terug
<h1>Cityvorming</h1>
help toelichting hulpvragen trefwoorden
Uit tal van publikaties blijkt dat in Amsterdam de maatschappelijke bovenlaag tot 1850 nog nagenoeg uitsluitend in het centrum woonde, met name in de grachtengordel tussen Brouwersgracht en Amstel. Al in de eeuwen daarvoor was dat gebied bij uitstek het woondomein van de elite geweest. Bij de aanleg van de grachtengordel was hinderlijke, overlast bezorgende bedrijvigheid van meet af aan geweerd, en verbannen naar stadsrandwijken als Jordaan, Oostelijke en Westelijke Eilanden en de Jodenbuurt. In die wijken vonden de minder fortuinlijke stedelingen hun onderdak.
In de grachtengordel werd niet alleen gewoond, er werd ook gewerkt. De ondernemer hield kantoor aan huis.
De belangrijkste instellingen voor handel en financiële dienstverlening bevonden zich alle in de binnenstad, op loopafstand van de grachtengordel: Beurs, Post- en Telegraafkantoor, de Nederlandsche Bank en tal van veilinggebouwen. Grachtengordel en binnenstad waren met andere woorden tot 1850 een gemend woon-werkgebied van de hoofdstedelijke elite.

Rond 1870 kunnen we de eerste sporen van cityvorming in binnenstad en grachtengordel waarnemen. De wederopleving van de (koloniale) handel, de eerste aanzetten tot de ontwikkeling van een modern bankwezen en de stijgende omzetten aan de beurs – overal leek de stad te herstellen van de zware economische depressie waaronder ze bijna een eeuw gebukt was gegaan. Vooral bij de grote en zeer snel groeiende banken, levensverzekeringsbedrijven en koloniale handelsondernemingen was de vraag naar ‘pure’ kantoorruimte, geheel naar de eisen van toenmalige bedrijfsvoering en efficiency ingericht, groot. Die eisen konden dikwijls niet gerealiseerd worden in de voormalige woonhuizen langs de grachten: hier moest tot sloop worden overgegaan, waarna vervangende nieuwbouw plaatsvond. Daarbij werd vaak rücksichtslos omgesprongen met monumentale 17e of 18e-eeuwse panden.

Waren de grachten het favoriete domein van banken, verzekeringsbedrijven en handelshuizen, de eigenlijke binnenstad, tussen Singel, Kloveniersburgwal en Geldersekade, was met name geliefd bij warenhuizen, kledingmagazijnen, hotels en amusementsbedrijven. Vooral na de opening van het Centraal Station in 1889 had de stad een geweldige zuigkracht op haar ommeland. Amsterdam kreeg steeds meer een regionaal verzorgende functie, waar met name het kernwinkelapparaat en de horeca van profiteerden.





Titel:Cityvorming
Herkomst:Ons Amsterdam, jaargang 36, nr. 9, p. 208 e.v.
Inventarisnummer:Stadsarchief Amsterdam - Informatiecentrum
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

trefwoorden verbergen

stadsuitbreiding
bevolkingsgroei
grachten
binnenstad

hulpvragen verbergen

  • Geeft de bron informatie wie waar woonde in Amsterdam in de eerste helft van de negentiende eeuw?

  • Waren woonomgeving en werk in die tijd strikt gescheiden?

  • In de tweede helft van de negentiende eeuw veranderde er het een en ander. Wanneer werd dat merkbaar en waardoor kwam dat.

  • Wat waren de gevolgen voor de stad?

toelichting verbergen

Dit is een gedeelte uit een artikel over de groei van Amsterdam in de tweede helft van de negentiende eeuw. Het artikel is gepubliceerd in Ons Amsterdam, een maandblad over heden en verleden van Amsterdam.