home > thema's > werken > inkomsten/consumptie > schriftelijke bronnen terug
<h1>Levensverhaal Klaas Ris</h1>
help toelichting hulpvragen trefwoorden
Levensverhaal van Klaas Ris

Op tienjarigen leeftijd werkte ik van ‘s morgens 4 uur tot ’s avonds 4 uur in een papiermolen voor 10 centen daags. Toen de patroon gestorven is, heb ik een beetje hier en daar rondgescharreld, totdat ik in de loting viel en ingedeeld werd bij de kurassiers. Nadat ik gepasporteerd was, kwam ik als werkman in een zilverfabriek op het Vlakkeveld. Daar was het loon ƒ5,- per week en met inbegrip van den Zondag ƒ5,78. Die fabriek was, ik moet het ronduit zeggen, een echte dievenfokkerij. En geen wonder. Het was in 1847, toen drie pond roggebrood 35 centen kostten en een huisgezin van ƒ5,- een geheele week leven moest. Er werd dus gestolen, en ik heb het zelf bijgewoond dat men bij de visitatie  bij een werkman 3½ ons zilver op de borst verborgen vond. Toch was dit het niet alleen, maar de tyrannie, het koeieneeren van de patroons tegenover het volk….26 Jaar ben ik houtzagersknecht geweest bij één patroon, den heer Van Gelder te Amsterdam (…) Ik ben nu eerst verplicht wat van de houtzagerij te vertellen.
     Toen ik bij den heer Van Gelder kwam, was het als vaste tweede knecht tegen een weekgeld van ƒ6,-. Maar hoe meer de patroon vooruitging, hoe slechter de toestand van het werkvolk werd. Toen ik er kwam, was er één molen; naderhand kwam er nog een bij, en later weder een molen door stroom gedreven. Het kantoor van den patroon werd grooter, ook zijne verdiensten, maar de toestand van het volk steeds slechter, het volk werd armer. Tegen hetzelfde weekgeld van ƒ6,- moest gewerkt worden van ’s ochtends 5 uur tot ’s avonds 8 uur, behalve het overwerken. Wanneer de geheele week geen wind was, bleef het ƒ6,-.
     Maar wanneer het woei en er was drukte, dan verdienden wij met overmalen, tegen een dubbeltje per uur, nog vijf gulden.
Daarbij kwam dan nog dat wij bij de aflevering van een praam zaagsel een gulden met ons vieren deelden en dat wij vrij brand hadden en dat het sprokkelhout op een hoop gegooid en ten onzen bate verkocht werd. Toen mijnheer een stoommachine liet bouwen, werden er wel de loonen verhoogd maar de voordeelen vervielen. Toen toch was er geen kwestie van overmalen en het brandhout werd verstookt. Zoodoende is het voor het volk bepaald slechter geworden. (…)
     Ik ben gehuwd en heb vier kinderen. Het zijn dochters en allen gehuwd. Twee daar van hebben goed hun brood, want een is gehuwd met een makelaar in effecten, en de ander met een gepensioneerd zeekapitein. Een derde is gehuwd met een kruideniersknecht, die soms een kwartje, soms tweekwartjes per dag verdient, maar soms ook niets. In dit gezin zijn zes kinderen, dus die hebben het niet breed. De vierde dochter is bij mij aan huis, daar zij weduwe is.
     Een woord over arbeiders in het algemeen. Niet alleen dat zij veel hebben te lijden door gebrek aan werk en slecht betaald werk, maar zij lijden ook door eene slechte rechtsbedeeling.
Ik heb vroeger een proces opgezet tegen de stad Amsterdam over een bedrag van ƒ33,34 maar in geheel Nederland werd geen rechter gevonden om uitspraak te doen. De zaak is begonnen voor de kantonrechter, die mij in het gelijk stelde. De stad kwam in hooger beroep bij de rechtbank over de incompetentie van den eersten rechter.
Toen heeft de officier van justitie gerequireerd tot het toestaan van het kapitaal met de renten, en de rechtbank verklaarde zich incompetent. Dit is gegaan tot den Hoogen Raad, heeft gediend bij den Raad van State, daarna bij de heeren Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken, tot zelfs bij den Koning. Alhoewel nu de Koning de Grondwet bezworen heeft, neemt dit niet weg dat een arbeider in deze geen recht kon krijgen. (…)
     Er zijn duizenden werkloozen en er wordt niets voor die mensen gedaan om ze aan brood te helpen. Zoo zal ik nu genoodzaakt zijn om petroleum bij de 5 kan op te doen, omdat ik eerst gehandeld heb met contanten, maar nu crediet moet geven. En waarom? Omdat ik mijn geld onder de mensen heb zitten. Gaat dit zoo voort, dan spreekt het vanzelf dat ik op mijn beurt ook niet kan vooruitkomen, dat ik ten laatste ook niet meer zal kunnen betalen. Zoo gaat den een na den ander.
Wanneer de Regeering nu eens besloot, daar er zooveele millioenen aan den oorlog van Atjeh besteed worden, om bijvoorbeeld eene leening van 10 millioen te sluiten, daarvoor op de hei eenige duizenden woningen liet zetten, en zoodoende de hei deed ontginnen, dan zouden duizenden mensen geholpen zijn die nu rondloopen. Doet de Regeering zooiets niet, dan meen ik recht te hebben dat zij schelmen en dieven maakt.
     Stel u voor dat ik vijf, zes kinderen bezit en ik geen zolen onder mijn schoenen heb, wat moet ik doen? Ik mag niet bedelen, en werk is er niet. Ik mag niet eens op mijn kamer gaan zitten doodhongeren, omdat de huisbaas dat niet hebben wil. Ga ik op straat zitten, dan komt de politie er tegen op.
Ben ik toch geen Nederlander? Heb ik geen recht om te leven, welnu, maak mij dan af als een ziek stuk vee. Doet men dat niet, dan moet men mij de middelen geven om te kunnen leven.

Titel:Levensverhaal Klaas Ris
Auteur:J.Giele
Herkomst:J.Giele, Arbeidersleven in Nederland 1890-1914. Herinneringen en levensverhalen
Inventarisnummer:Stadsarchief Amsterdam - 46 A 65
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

trefwoorden verbergen

arbeidsenquête
werkgever
vakbond
loon
arbeidsomstandigheden
industrialisatie
arbeidsverhoudingen

hulpvragen verbergen

  • Hoeveel verdiende Klaas Ris per uur als het windstil was? En hoeveel als het wel waaide?

  • En is Ris meer of minder gaan verdienen dan toen hij in de papiermolen werkte?

  • Welk effect had de komst van de stoommachine op het leven van de arbeiders volgens jou?

  • Er bestaat een oud gezegde: de armen worden armer en de rijken worden rijker. Blijkt dat ook uit het verhaal van Klaas Ris?Beargumenteer je antwoord.

  • Klaas Ris zegt dat er veel werd gestolen in zilverfabriek. Hij zegt dat dat wel te begrijpen is. Wat vind jij daarvan?

  • Welke oplossing draagt Klaas Ris aan om de positie van de armen te verbeteren?

toelichting verbergen

Dit levensverhaal van Klaas Ris komt uit een verslag van een Parlementaire Enquête. Klaas Ris had zich vrijwillig aangemeld voor deze enquête waarin gesproken wordt over de toestand van arbeiders. Klaas Ris vocht zijn hele leven voor betere arbeidsomstandigheden. Zoals je in dit stukje kunt lezen, had hij heel wat te vertellen over het leven van een arbeider. Hij was jaren lang arbeider en bovendien een pionier van de socialistische arbeidersbeweging. Zo was hij lid van de SDB, de eerste arbeiderspartij van Nederland, de voorloper van de PvdA. Hij was speciaal geïnteresseerd in algemeen stemrecht en de vakbeweging.
Toen Klaas Ris na 26 jaar ontslagen werd als knecht op de houtzaagmolen van Van Gelder, zorgden zijn socialistische vrienden ervoor dat hij als petroleumventer opnieuw een bestaan kon vinden. Hij overleed op 79-jarige leeftijd, in februari 1902. Wederom zorgden z'n socialistische kameraden ervoor dat hij niet werd vergeten. Op z'n graf op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam werd door hen een grote gedenksteen opgericht. De steen is voorzien van een uit steen gehouwen portret van Klaas Ris en de bede: "Zijn geest leve voort."