home > thema's > werken > inkomsten/consumptie > schriftelijke bronnen terug
<h1>Het weekloon van den ambachtsman</h1>
help toelichting hulpvragen trefwoorden
Vergroot


Titel:Het weekloon van den ambachtsman
Auteur:onbekend
Herkomst:Uitgever G. van der Linden
Datering:1872
Inventarisnummer:Stadsarchief Amsterdam B (1872) no. 8.2 (Tijdgeschriften)
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

trefwoorden verbergen

inkomen
loon
uitgaven
huurprijs
voeding

hulpvragen verbergen

  • Geeft het gedicht informatie over het weekloon van een ambachtsman?

  • Welke informatie geeft de bron over het uitgavenpatroon van de ambachtsman?

  • Waarom zou de auteur dit gedicht gemaakt hebben?

  • Denk je dat de auteur van dit gedicht een arbeider is? En waarom wel of niet?

  • In de bron Inkomens arme gezinnen komen onverwachte uitgaven ter sprake die arbeidersgezinnen in de schulden storten. Ook in dit gedicht komt dit ter sprake. Om wat voor uitgaven gaat het?

toelichting verbergen

Het gedicht geeft de financiële situatie weer waarin veel werklieden zich bevonden. Het loon van de meeste werklieden was in de tweede helft van de negentiende eeuw niet toereikend om de vaak grote gezinnen van het nodige te voorzien.

Moeilijke woorden:
armlastig = schulden door onvoldoende inkomsten
oortje = twee duiten, ¼ stuiver =  1,25 cent oftewel een halve euro cent
Volewijk = galgenveld, de plek waar executies voltrokken werden
baker = kraamvrouw, verzorgster van een pasgeboren kind
zemel = buitenste vliezen van een graankorrel
pauperisme = chronische armoede in een land of streek, blijvende armoede van de lagere standen