home > thema's > werken > fabrieken > schriftelijke bronnen terug
<h1>Naaistersbond 'Allen Een'</h1>
help toelichting hulpvragen trefwoorden
De naaistersbond ‘Allen Een’ leidde van 1897 – 1914 een opruiend en zelfstandig bestaan. Hoe komt het dat er, terwijl vrouwen ook nu nog zo moeilijk te organiseren zijn, in die tijd al zo’n actieve kleine naaistersbond kon ontstaan? De naaistersbond kon worden opgericht in een periode van schaalvergroting van het Amsterdamse kledingbedrijf: de confectie-industrie, overgewaaid uit Duitsland begon zich ook in Amsterdam te vestigen. Een deel van de Amsterdamse naaisters zagen elkaar dagelijks op het atelier waar ze in groepjes het naaiwerk deden. Op zich is het dan niet zo vreemd dat juist hier aanknopingspunten lagen voor actie.
Opeengepakt in slechte huizen moest men zich met grote gezinnen in leven zien te houden door eindeloze werkdagen te maken, voor een schamel loontje, zonder enige sociale zekerheid. Waren de lonen van mannen al absurd laag, vrouwen moesten in de huisindustrie én op ateliers, genoegen nemen met ware hongerlonen. Ondanks lang en jachtig werken op stukloon, konden de naaisters niet zelfstandig leven van een naaistersloon. Een ander aanknopingspunt is te vinden in de slechte, ongezonde arbeidsomstandigheden in de ateliers, in de volkomen machteloosheid van al die vrouwen tegenover de willekeur van de baas of patrones.
Het aarzelende moeizame begin van de organisatie ontstond niet bij vrouwen die geïsoleerd werkten in de huisindustrie en die vaak ook nog belast met de zorg van een gezin. De naaisters begonnen zich daar te organiseren waar de kledingindustrie vrouwen samen had gebracht, op ateliers, werkplaatsen en fabrieken, waar de ongetrouwde meisjes werkten tussen de 16 en 28 jaar.
Een incident gaf in 1898 aanleiding tot de oprichting van de naaistersbond. Veertien meisjes vroegen hun baas om een kleine loonsverhoging. Twee dagen later zagen ze dat hun plaats was ingenomen door andere naaisters. ‘Linnennaaisters Vereenigt U’ luidde de oproep waarmee ze zich in een volksdagblad tot hun vakgenoten richtten.
De kleine vakbond van naaisters, gedreven door een hecht bestuur, begon haar bestaan met het voeren van ontelbare akties tegen de slechte arbeidsomstandigheden op ateliers. Aktieve leden zaten de arbeidsinspectie voortdurend op de huid. De leden werden aangesproken als mensen met recht op een volwaardig loon, dat niet als aanvulling gezien moest worden op de inkomsten van een man of ouders. De bond organiseerde voor de leden ook tal van aktiviteiten als kursussen, lezingenavonden, uitstapjes en het opvoeren van toneelstukjes. Dit soort pogingen om de leden van de bond te 'ontwikkelen' werden gevoeld als een bijzondere taak van een vrouwenbond: vrouwen te leren beter voor haar rechten op te komen.
In 1901 fuseerde de naaistersbond met de kleermakersbond ‘Eendracht maakt macht’. De gedachte hierachter was dat de loonstrijd binnen dezelfde industrie beter gevoerd kon worden door één organisatie met één bestuur die één blad uitgaven. Door de vrouwen werd in het begin geklaagd over de laksheid van mannen om zich in te zetten voor de bond. Langzaamaan verdwenen echter de vrouwen binnen deze bond van het toneel terwijl ze vlak na de fusie de bestuursfuncties hadden. Een van de oorzaken van het verdwijnen van vrouwen uit de vakbond kan worden gezocht in het feit dat na het trouwen als het loon van de man het toeliet niet meer hoefde te werken of dat buitenshuis werken niet gecombineerd kon worden met kinderen en het huishouden.

Titel:Georganiseerd naaien rond de eeuwwisseling
Auteur:Mirjam Elias
Herkomst:in: Een tipje van de sluier; vrouwengeschiedenis in Nederland, p. 91-98
Datering:maart 1978
Inventarisnummer:Stadsarchief Amsterdam - U 259
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

trefwoorden verbergen

arbeidsomstandigheden
werkomstandigheden
naaisters
kleermakers
confectie-industrie
confectieatelier
vakbond

hulpvragen verbergen

  • Hoe lang heeft de naaistersbond bestaan?

  • Geeft de bron informatie waarom aan het eind van de negentiende eeuw een naaistersvakbond kon onstaan?

  • Waar gingen de naaisters zich voor het eerst verenigen?

  • Hoe waren de werkomstandigheden en leefomstadnigheden van de naaisters?

  • Wie werkten er voornamelijk in de confectie-industrie?

  • Waarom ging de naaistersbond een fusie aan met de kleermakersbond?

  • Geeft de bron informatie waarom de naaisters op een gegeven moment uit de vakbond verdwenen?

toelichting verbergen

Het boek Een tipje van de sluier; vrouwengeschiedenis in Nederland is geschreven ter gelegenheid van een manifestatie over vrouwengeschiedenis die op 6 mei 1978 werd gehouden. Het was een initiatief van het Landelijk Overleg  Vrouwengeschiedenis, een groep geschiedenisstudenten uit het hele land, die zich vanuit verbondenheid met de feministische beweging, bezighield met vrouwengeschiedenis.

Deze bron is een uittreksel van het hoofdstuk over de positie van de vrouw in de Amsterdamse kledingindustrie van 1870 tot 1914.