home > thema's > wonen > op stand > schriftelijke bronnen terug
<h1>Jeugdherinneringen aan Herengracht 252</h1>
help transcriptie toelichting hulpvragen trefwoorden
Vergroot Volgende afbeelding Volgende afbeelding Volgende afbeelding


Titel:De Amsterdamse Ter Meulens, jeugdherinneringen, p. 54-57
Auteur:Dr. Johan E. Elias
Herkomst:in: Jaarboek Amstelodamum 53, 1961
Datering:1961
Inventarisnummer:Stadsarchief Amsterdam Jaarboek Amstelodamum 53
Je aantekeningenPrinten
uitleg verbergen
  • klik op de knop met de = om de transcriptie te lezen (getypte versie)

  • klik op de knop met de + om de toelichting te lezen

  • klik op de knop met het ? om hulpvragen te lezen

  • klik op de knop met a-z om trefwoorden op te roepen waarmee je naar andere bronnen kunt

  • kijk in het gele vak onderin voor de basisgegevens

  • klik op de knop met de pen rechtsonder om een notitie te plaatsen

  • klik op de knop met de printer rechtsonder om de afbeelding en gegevens te printen

transcriptie verbergen

pag. 54 onderaan/pag. 55
     Kwam men het huis binnen, dan zag men vóór zich een brede, lange marmeren gang, met, aan weerskanten, deuren, in hun omlijsting van gebeeldhouwde 18e eeuwse lambriseringen. Aan de rechterhand waren het lóze deuren, volgens het door de oude Amsterdamse bouwmeesters gehuldigd gebruik. Deze bouwwijze moest de bezoeker de illusie geven een "dubbel" grachtpaleis (met de huisgang in 't midden) te betreden en droeg inderdaad tot verhoging van de ruimte-indruk bij. Links gaf de eerste deur toegang tot de "zijkamer" (of het "salon"), een langwerpige rechthoek, waarvan de linker korte zijde uitzag op de Herengracht; een uitzicht door een dubbel stel zware gordijnen en vitrages, die ook het reeds door de grachtbomen gedempte daglicht onderschepten, tot een minimum beperkt. Bij het binnen komen moest men eerst even aan het halfduister wennen; dàn vielen de imposante afmetingen van de kamer op, en de smaakvolle, rijke, maar spaarzame, onpretentieuse en geriefelijke meubilering, waarin het stemmige mahoniehout, naar de toenmalige mode, domineerde. In 't midden van de rechtse lange wand pronkte, naast de glazenkast met het kostelijke oud-blauw, de 18e eeuwse marmeren schoorsteen, waarboven een hoge spiegel eenzelfde spiegel aan de overkant van de kamer weerkaatste. Deze laatste trok aanstonds de blikken vooral van de jongere bezoekers aan. Immers werd hij aan weerskanten geflankeerd door twee hoge Chinese poppen, met hun kralensnoer om de hals, van gepolychromeerd hout, staande op gebeeldhouwde consoles. Gaf men de poppen een duwtje, dan knikten zij geruimte tijd achtereen met hun goedig lachende koppen de naar hen opzienden toe, en dit op een zo natuurlijke, menselijke wijze, dat het op kinderen fascinerend en zelfs enigszins unheimisch werkte. Gaarne voerden dan ook de tantes dat spelletje voor de juniores van de familie, als zij op bezoek kwamen.

pag. 55 onderaan tot en met pag. 57 bovenaan
     Liep men de grote marmeren gang voorbij de binnenplaats en het portaaltje van de onderhuistrap, dat ook toegang gaf tot de dessertkamer geheel af, dan trad men, door de deur aan het eind de 'zaal' binnen. De aanblik bij het binnentreden was overweldigend. Rondom de zeer hoge kamer, waarvan de overige afmetingen navenant waren, strekte zich, langs drie wanden, een zeer fraai geschilderd behangsel uit. (…) Het uitzicht buiten op de goedonderhouden tuin, met zijn échte olmen onder de blauwe hemel, sloot zich als het ware ongezocht bij dit aan het penseel ontsproten panorama aan.


trefwoorden verbergen

Ter Meulen
Herengracht 252
grachtenpand
status

hulpvragen verbergen

  • Probeer je in te denken hoe de ruimten eruit zagen. Vergelijk de tekst ook met de beeldbronnen Herengracht 252 : De gang; De dochters Ter Meulen in de salon; Herengracht 252: De Zaal.

  • Waarom was de gang met loze deuren beschilderd?

  • Wat vind je van zo'n idee?

  • Geeft de bron een indruk van de omvang van de vertrekken en van de sfeer?

  • Geeft de tekst ook informatie waar de vertrekken voor gebruikt werden?

  • Wat was er zo bijzonder aan de zaal?

toelichting verbergen

Meneer Elias was een kleinkind van Jan en Anthonia ter Meulen, de bewoners van Herengracht 252. Hij beschrijft de jeugdherinneringen die hij aan zijn grootouders en aan hun huis had.
Aan één kant van de gang lagen de woonvertrekken; de andere wand was de scheidingsmuur met het identieke buurtpand. Door deze wand met deuren te beschilderen, leek het net alsof aan deze kant ook kamers lagen.
De salon was het domein van de dochters van de familie en op zondag werd in dit vertrek de hele familie Ter Meulen ontvangen.
In de ‘zaal’ werden gezelschappen ontvangen. Jarenlang kwam de familie hier eens per maand bij elkaar voor een gezamenlijk diner. Langs drie wanden was de kamer bekleed met geschilderd behangsel. Het was in 1794 geschilderd door Andriessen, een specialist op dit gebied. Het behang was beschilderd met een fantasielandschap met de rivier de Vecht. De kamer gaf uitzicht op de tuin achter het huis.

De heer Elias had z'n herinneringen al in 1949 opgeschreven maar het stuk werd pas na zijn dood gepubliceerd in het 53ste Jaarboek van Amstelodamum dat uitkwam in 1961.
Amstelodamum is een genootschap dat is opgericht in 1900 voor de bestudering en de verspreiding van kennis van de geschiedenis van Amsterdam. Het genootschap geeft een maandblad uit en ieder jaar ook een Jaarboek.